zondag 12 maart 2017

I will make a great nation of you

Homilie 2de zondag in de veertigdagentijd

Homilie
Ik zal je tot een groot volk maken. Ik zal je zegenen en je naam groot maken zodat hij een zegen zal zijn, zegt de eerste lezing.
I will make a great nation of you. I will bless you and make your name great, huge, so that he will be a blessing. God, bless you.

Abraham - Bron: http://www.bijbelin1000seconden.be
Beste broeders en zusters, toen ik deze lezing voor de eerste keer las in voorbereiding van deze zondagsviering liep er toch een rilling over mijn rug. De herkenning van deze zinnen in de toespraken van de nieuwe Amerikaanse president deed me huiveren. Daarom heb ik de tekst herhaaldelijk opnieuw gelezen en gelezen. Al gauw merkte ik dat er toch opmerkelijke verschillen zitten in deze oproep van onze Heer en de toon van de huidige machthebber in het Witte Huis. Ik zag er een drietal!

God roept Abraham om weg te trekken uit zijn land. ‘Ga weg jij uit je land, uit je geboortetent en uit het huis van je vader’, zegt de oorspronkelijke tekst, ‘Ga naar het land dat ik zal je zal wijzen.’ Ja, broeders en zusters, dat is iets heel anders dan het politieke discours dat we vandaag horen in Amerika en in de politieke verkiezingsmeetings in Frankrijk en Nederland dezer dagen. Bij onze Heer is geen plaats voor muren en grenzen. Neen, hij roept Abraham op om immigrant te zijn, om weg te trekken uit de steden Ur en Chadar naar Kanaän. Abraham moet met zijn gevolg van het huidige Irak naar een wat wij vandaag Israël noemen, een land aan de Middellandse Zee.  Dat is toch een opmerkelijk verschil.

Er is nog een ander verschil. Door jou zullen alle geslachten een zegen zijn op aarde. Zegenen dat is alle goeds toewensen, leven, vruchtbaarheid en geluk aan anderen. Dat is wat onze God doet en vraagt aan ons. Spreek je zegen uit over anderen. Hij zegt niet om anderen te beschuldigen, te verwensen of uit te maken.

Tenslotte zie ik nog een verschil. De slogan ‘We will make America’ great again is een loutere belofte en we moeten ook nog afwachten of ze zoals veel verkiezingsbeloftes zal waar gemaakt worden. In de uitspraak van onze Heer zit ook een belofte natuurlijk, ik zal van u een groot volk maken en ik zal u zegenen, maar het is op de eerste plaats een oproep: ‘Trek weg, breek uw tent op en ga.’ Het is een oproep naar Abraham om iets te doen.

Met Arbraham, beste broeders en zusters staan we aan het begin van de geschiedenis van het Joodse Volk. Hij is een aartsvader, niet alleen van de joden, maar ook van de moslims en de christenen trouwens. In die zin verdeelt hij ons niet, maar is hij iemand die ons verbindt. Elke oproep aan figuren in de Bijbel, is niet alleen een oproep aan hen, aan Abraham die vierduizend jaar geleden leefde, maar het is tegelijk ook een oproep aan ons allemaal, het is ook ons roepingsverhaal.
Dan vraag ik me af iets af broeders en zusters en als ik het verhaal van Abraham herlees stemt het me zeer hoopvol. Kunnen wij net als Abraham opstaan, kunnen we dan net als hij aan het begin staan van een heropleving van onze kerkgemeenschap? Neen diaken, hoor ik soms, wij zijn hier in de meerderheid oude mensen, 75-plussers, dat is niets meer voor ons. Daar beginnen we niet meer aan! Toch wel zeg ik u, Abraham was 75 jaar toen hij door de Heer geroepen werd (en hij was 175 toen hij stierf, al moeten we dat niet te letterlijk nemen) en hij nam zijn vrouw, zijn neef Lot en hele trits dienaren en dienaressen met zich mee. We kunnen anderen op sleeptouw nemen en begeesteren.

Het verhaal van Abraham is een verhaal dat zegt wat geloven is. Het is een wegtrekken uit je eigen land om te gaan wonen in het land van God. Maar omdat men van het land van God heel dikwijls zijn eigen land maakt, worden we door onze Heer telkens opnieuw opgeroepen om weg te trekken. We worden dus niet letterlijk opgeroepen om weg te trekken, we moeten niet weg uit Tielt, Kiezegem, Sint-Joris-Winge, neen ik zou zeggen blij hier, maar het is een oproep om weg te trekken uit vastgeroeste situaties, het is een spirituele, een geestelijke uittocht om weg te gaan uit onze comfortabele situatie om als kerk ten dienste te staan van de anderen, onze medemensen, de armen, de zieken, de vreemdelingen, de jongeren en zo aan vernieuwing te werken.

Onze God, Jezus is daarbij ons lichtend voorbeeld. Hij is de bron waaraan wij ons kunnen laven. Elke Eucharistieviering is telkens opnieuw zo een geestelijke uittocht, waarbij we opstaan, die ons vreugde schenkt in het hart, net zoals die leerlingen die op de berg waren met Jezus. In elke Eucharistie licht iets op van Pasen, zoals die witte verschijning van Jezus op de berg, glanzend als licht en stralend als de zon.

Nochtans kunnen we hier niet blijven. Na een uur worden we weggestuurd. Zoals Abraham en de leerlingen moeten we na deze viering onze tent opbreken en rechtstaan om anderen te vertellen over de vreugde die we hier beleven en moeten we die vreugde ook in werkelijkheid waarmaken en uitdragen. Als we dat doen, als we goed spreken over andere mensen en ze geluk en vruchtbaarheid en leven toewensen, dan zijn we een groot volk. Dan kunnen we zonder huivering zeggen: We will be a great nation again, we are huge, we live in the promised land.