zondag 6 november 2016

Mijmeren over verrijzenis

Homilie 32ste zondag c-jaar in Meensel-Kiezegem

Beste broeders en zusters,

Wie vandaag naar de kerk is gekomen en langs het kerkhof is gepasseerd heeft vast en zeker kunnen  genieten van de kleurrijke bloemenpracht bij de graven. Velen van ons zijn op 1 of 2 november langs geweest bij de overleden familieleden. En of je dan christelijk gelovig bent of niet; ik denk dat iedereen dan wel eens mijmert over hoe het nu gaat met die doden? Is het met hen afgelopen of leven zij voort? En hoe moeten we ons dat voorstellen, die verrijzenis?  Dat leven in de liefde en in de eeuwigheid bij God; hoe zit dat nu?

Het is een vraag waarmee iedereen worstelt en dat was in de tijd van Jezus niet anders. De Sadduceeën, een groep mensen uit de hogere kringen van de joodse samenleving, hielden strikt vast aan de geschreven Wet van Mozes en ze konden zich geen verrijzenis voorstellen.  Gisteren vierden we in Houwaart met kinderen en jongeren en we hebben ons daar ook over gebogen. Voor de jongeren vertelden we een verhaal over een rups die schijnbaar doodgaat en na de winter een tweede leven krijgt als vlinder. Bij  de voorbereiding van die viering kwam ik nog een tweede verhaal tegen over het onvoorstelbare nieuwe leven dat ons te wachten staat en dat wil ik vandaag even met u delen. Het gaat zo:

Er waren eens twee baby's in de baarmoeder van een moeder.
De ene vroeg de ander; "Geloof jij in een leven na geboorte"?
De ander antwoordde: "Natuurlijk er moet iets zijn na geboorte"
Misschien zijn we hier om ons klaar te maken voor wat we later zullen zijn
"Onzin", reageerde de ander. "Er is geen leven na geboorte, wat zou dat leven moeten zijn"?

De eerste baby  zei: "Ik weet het niet, maar er zal meer licht zijn dan hier, misschien lopen we met onze benen en eten we met onze mond"
De ander riep: "Dat is absurd!, lopen is onmogelijk en eten met onze mond, dat is toch waanzin! Het is de navelstreng die voor voeding zorgt; dat weet je toch, leven na de geboorte is onmogelijk, de navelstreng is daarvoor veel te kort"

"Ik denk dat er iets is en misschien is het er anders dan hier” zei de ene weer. De ander reageerde: "Maar niemand is ooit teruggekeerd van daar. Geboorte is het einde van het leven en na geboorte is er niets anders dan duisternis en angst en het brengt ons nergens"
"We weten het niet", reageerde de ander.

"Maar zeker zullen we moeder zien en zij zal voor ons zorgen"
"Moeder? Moeder? Geloof jij in een moeder? Waar is ze nu?

"Ze is helemaal om ons heen, het is in haar en met haar en door haar dat wij leven, zonder haar zou deze wereld er niet zijn!"
De andere baby zei daarop weer: "Ik zie haar niet, dan is het logisch dat ze niet bestaat"

Waarop de ander dan weer reageerde:
"Soms als je in je stilte bent, dan kun je haar horen, dan kun je haar ontvangen. Ik geloof dat er een realiteit is na geboorte en wij hier zijn om onszelf klaar te maken voor die nieuwe werkelijkheid.”

Beste zusters en broeders, het is een parallelverhaal zoals de rups en de vlinder er één is of zoals er in de Bijbel ook nog staan over de graankorrel die eerst moet sterven vooraleer hij kan uitgroeien tot een nieuwe plant. We proberen het ons voor te stellen,  maar alle voorstellingen lopen wat mank.

Wat mijn nog het meest sterkt in het leven na de dood is een gebed uit de verrijzenisliturgie. Het gebed hebben we gisteren ook nog gebeden op het kerkhof bij de uitvaart van Freddy Van Roy in Kiezegem. Het gaat over de liefde van God en het klinkt als volgt:

Heer onze God,
Gij hebt de mensen geschapen om elkaar in liefde tegemoet te treden.
Wij danken U voor dit wonder, de mooiste gave uit uw hand.
Het kan niet zijn dat wij tevergeefs beminnen en dat de liefde die onder mensen mogelijk is, bij de dood wordt afgebroken.
Help ons geloven dat wij over de dood heen in liefde met elkaar verbonden blijven, dankzij Jezus, Uw Zoon, onze Heer, die Gij uit de dood hebt opgewekt en die nu leeft bij U, vandaag en alle dagen tot in eeuwigheid.


Als we straks deze kerk uitgaan en langs de graven wandelen en nog eens stilstaan bij onze geliefde overledenen, die we in ons hart dragen, dan kunnen aan terugdenken aan die onmetelijke liefde en die kan ons vertrouwen geven in een weerzien en verrijzenis over de dood heen.